Pasen

Pasen

Het is een verhaal van lang geleden. Het speelt in Rome, toen die stad het machtscentrum van de hele bekende wereld was, in een tijd waarvan niemand die in die jaren leefde, wist dat ze later ‘de eerste eeuw van onze jaartelling’ genoemd zou worden. In die wereldstad bevond zich een kleine groep onaangepaste mensen, die zichzelf aanduidden met de naam ‘de mensen van de Weg’ en later als ‘christenen’. Ze werden min of meer gedoogd, als ze niet al teveel op de voorgrond traden. En als de machthebbers niet een zondebok voor eigen falen zochten. Een gebouw bezaten ze niet, dus kwamen ze samen buiten de stad, of beter nog onder de stad, in de catacomben, de oude en halfvergeten plaatsen waar ooit de doden werden bijgezet. Daar, op die plaats van de dood vierden ze het leven, elke zondag weer. Eén keer per jaar hadden ze een bijzonder feest; in het vroegste licht van de Paasdag beleefden zij samen het opgaan van de zon als een schitterend teken van de overwinning van het licht op het duister, van het leven op de dood. Ze zagen die overwinning trouwens niet als een natuurkundige vanzelfsprekendheid, maar als de zoete vrucht van de volgehouden mensenliefde en de solidariteit tot het einde van rabbi Jezus van Nazareth. Die ‘mensen van de weg’ waren beslist geen rebellen, maar ook niet blindelings loyaal aan het gezag. De eretitel ‘Heer’ die de keizer exclusief voor zichzelf opeiste, alsof hij een god was, konden ze hem niet langer geven; die titel kwam alleen Jezus toe. En met die naam begroetten ze elkaar ook op de Paasmorgen: “De Heer is waarlijk opgestaan!”

In de schemering van de voorafgaande avond waren ze samengekomen, die hele nacht hadden ze niet geslapen en ook niet gegeten, maar gelezen uit het heilige Boek, gepraat, gezongen en gebeden. Het was vooral een bijzondere nacht voor de mensen die voor het eerst aanwezig waren, pasgeboren kinderen en volwassen mensen die wilden toetreden tot de groep. In die nacht werden zij gedoopt, kopje ondergedompeld in het water en eruit naar boven gehaald als herboren, als nieuwe mensen.

Ook al droeg de groep van christenen in die tijd -noodgedwongen- de trekken van een geheim genootschap, toch waren er natuurlijk wel mensen die hen zagen gaan in de richting van de catacomben. Ze zagen ook de kleine kinderen die meegedragen werden en die op die avond en in de volgende nacht niet terug kwamen. Ze zouden toch niet ….??

Hier moet ik mijn verhaal even onderbreken om de moderne lezer iets duidelijk te maken. Dit verhaal speelt in een primitieve tijd, waarin mensen altijd bereid waren het slechtste en ergste van een ander mens te denken, vooral als ze die ander helemaal niet kenden. Zoiets komt in onze verlichte en tolerante tijd gelukkig niet meer voor, toch?

Ze zouden die kinderen toch niet iets aan doen? Al gauw ging het gerucht dat daar diep in die catacomben iets gruwelijks plaats vond, een barbaars ritueel, waarbij kleine kinderen opgegeten werden. Van ‘het zou toch niet’ werd het ‘het zou wel eens kunnen’ en ‘volgens mij is het zo’ tot ‘ik weet het zeker, want een vriend van een kennis van een nicht van mijn oma heeft het zelf gezien’. Dit soort gruwelverhalen en beschuldigingen kwam de machthebbers dan weer goed uit, als zij een zondebok nodig hadden.

Het is een verhaal van lang geleden; het is met allerlei veranderingen ten diepste ook een verhaal van nu. Wat ook nog steeds geldt, is dat het wonder van het leven gevierd wordt, door een weer klein geworden groep “mensen van de Weg”, nu wel in een eigen kerkgebouw. Straks weer met Pasen en elke zondag.

Frans Weeda

Contact Kerk

0562-850518 ds F.H. Weeda fhweeda@home.nl
0562-451573 dhr H. van Keulen scriba@protestantsegemeentevlieland.nl