Kerkbel. Eens in de twee maanden verschijnt de Kerkbel, welke huis-aan-huis wordt bezorgd. Gasten kunnen een post- of een digitaal abonnement aanvragen bij de kerkenraad Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. 

Onderstaande nummers zijn in 2017 -digitaal- verschenen:

Kerkbel_oktober.2017.pdf

Kerkbel_aug_sept_2017.pdf

Vlieland_juni.pdf

Vlieland_april.pdf

 

 

Uit vorige kerkbellen:


Overpeinzingen over een wonder op Vlieland

Het is zondagochtend, 19 juli 2010. Ik krijg mijn ogen moeilijk open, maar het moet ongeveer kwart over zeven zijn, want vaag heb ik Willem Stel weghoren rijden voor zijn ronde over het strand. Hondsvroeg dus, vooral omdat ik gisteravond weer niet in bed kon komen. Maar slapen lukt niet meer, een vageonrust belet me om weer in te dutten. Waarom lig ik eigenlijk te luisteren of het regent? Ach, natuurlijk. Vandaag de eerste openluchtdienst van het seizoenen we zijn er van uit gegaan dat die net als de voorgaande jaren wel weer binnen zal zijn. Tenzij het Vlielandse weer ons opnieuw verrast. Precies om acht uur sta ik buiten, het is droog en niet koud. Stipt op tijd is Piet Bakkerer ook. “De buienradar geeft aan dat het vanochtend helemaal droog zal zijn”, zegt hij. Dus toch maar buiten? Dus toch maar buiten, op naar de pastorietuinvan het Armhuis.

Oei, dat wordt nog even aanpoten. Stoelen uit de kerk,tafel, kaarsen, lezenaar en liever niets vergeten, zeker niet in deze voor mij eerste openluchtdienst. Gelukkig hoef ik niet voor te gaan, dat weet ik nogwel. En gelukkig pakken de vroegkomers meteen mee aan. Zitten kunnen we in elk geval. Maar ook iets horen?

Dubbel oei, wie zou de geluidsinstallatie regelen? Het heeft geen zin naar iemand anders te kijken, want dat moest ik doen. Maar ja, het zou waarschijnlijk toch regenen en dan zouden we in de kerk blijven en waarom iets organiseren wat toch niet hoeft en … zovoort. Goed, excuses te over, maar excuses versterken geen geluid; daar zal mijn collega niet blij mee zijn. Dan maar de mensen van de fanfare lief aankijken en hopen dat er nog iets te regelen valt. Onderhet mompelen van iets dat verdacht veel lijkt op “U wordt bedankt, met dat mooie weer”, haast ik mij van de kerk naar de muziekgroep die al in de tuin zitten oefenen.

Afijn, om een kort verhaal nog korter te maken: In adembenemend tempo gaat het van de één naar de ander en om tien uur staat de geluidsinstallatie van de fanfare opgesteld en werkt ze ook nog. In het prachtige licht van de warme zon hebben die ochtend meer dan 100 mensen een goede viering. Mede dankzij mensen die als het er op aankomt niet moeilijk doen, maar aanpakken. En al tijdens de kerkdienst dacht ik: “Het minste wat ik kan doen, is dat voor het voetlicht halen”. Bij dezen dus. En van harte bedankt.

Frans Weeda

Over Sinterklaas en andere zaken

De Mexicaanse griep en de strijd daartegen beheersen het nieuws in deze weken. Maar ik wil in dit stukje op een andere kwaal wijzen, die ook niet ongevaarlijk is, namelijk de aandoening  die “politieke correctheid” heet en die vooral in Amsterdam veel voor komt. Het Amsterdamse gemeentebestuur heeft verordonneerd dat het kruis verdwijnen moet van de mijter van Sinterklaas, omdat dit als typisch christelijk symbool niet aanvaardbaar is voor de verlichte geesten die onze hoofdstad besturen. Daarvoor in de plaats komt het gemeentewapen, waarin drie Andreaskruisen voorkomen. Het is kennelijk niemand opgevallen dat ook dat een christelijk symbool is, dus waar zit de winst? In dezelfde week besloot de gemeente om het sociale werk van het Leger des Heils niet langer te subsidiëren, omdat heilssoldaten niet voldoende verstoppen vanuit welke motivatie ze omzien naar mensen aan de onderkant van de samenleving.

Wat een overwinning voor de democratie wordt hier behaald! En dat in een stad die niet in staat is zonder brokken een simpele metrolijn aan te leggen, een stad waar een aantal gigantische containerkranen in de haven staan te roesten. Nu zijn die scheepskranen natuurlijk niet gebouwd om gebruikt te worden, maar enkel omdat Rotterdam ze ook heeft.

Bij gebrek aan visie op de toekomst is de stad Amsterdam druk bezig om het verleden telkens te  herschrijven en aan te passen aan de opvattingen en de mode van dit moment. Dat is niet nieuw; in de tijd dat ik als student in Amsterdam woonde, werd het Paul Krugerplein omgedoopt in Steve Bikoplein. Waar komt die wonderlijke behoefte toch vandaan om de meningen van gisteren voortdurend langs de meetlat van de opvattingen van vandaag te leggen? Alsof wij altijd al gedacht hebben, wat wij op dit moment denken. Maar verandering en groei, leren van wat goed ging en wat mis ging in het verleden, dat is toch het wezen van mensen en net zo goed van de verbanden waarin zij samenleven?!

Opeens denk ik terug aan een wijze les van één van mijn professoren aan de Vrije Universiteit (ook in Amsterdam, trouwens!). Ik had namens de studentenfractie in de faculteitsraad het voorstel ingediend om het portret van prof. H.H. Kuyper te laten verwijderen uit de raadskamer. Deze professor, zoon van Abraham Kuyper (Abraham de Geweldige), was niet erg kritisch geweest tegenover het Duitsland van Hitler. Reden voor ons jonge honden om zijn portret smadelijk naar de kelder te willen verbannen. De voorzitter van de raad, Professor Baarda, zei: “Juist omdat hij niet helemaal zuiver heeft gekozen in die jaren, moet zijn portret hier maar blijven hangen. Als een voortdurende waarschuwing aan ons, zijn nazaten”. Alleen door het te erkennen, kunnen wij iets leren van ons verleden.

Ik hoop dat wij op ons eiland een prachtig Sinterklaasfeest hebben, met mijter en kruis, een feest ter ere van een Turkse bisschop die zich het lot aantrok van zwarte slavenkinderen. Hoe multicultureel wil je het hebben? En de motivatie van die bisschop? Ach, zelfs de grachtengordel zal ooit nog wel eens zo wijs worden dat ze, desnoods knarsetandend, toegeeft dat er uit christelijke motivatie ook nog wel eens iets goeds voortkomt.

 

Frans Weeda

Pasen

Het is een verhaal van lang geleden. Het speelt in Rome, toen die stad het machtscentrum van de hele bekende wereld was, in een tijd waarvan niemand die in die jaren leefde, wist dat ze later ‘de eerste eeuw van onze jaartelling’ genoemd zou worden. In die wereldstad bevond zich een kleine groep onaangepaste mensen, die zichzelf aanduidden met de naam ‘de mensen van de Weg’ en later als ‘christenen’. Ze werden min of meer gedoogd, als ze niet al teveel op de voorgrond traden. En als de machthebbers niet een zondebok voor eigen falen zochten. Een gebouw bezaten ze niet, dus kwamen ze samen buiten de stad, of beter nog onder de stad, in de catacomben, de oude en halfvergeten plaatsen waar ooit de doden werden bijgezet. Daar, op die plaats van de dood vierden ze het leven, elke zondag weer. Eén keer per jaar hadden ze een bijzonder feest; in het vroegste licht van de Paasdag beleefden zij samen het opgaan van de zon als een schitterend teken van de overwinning van het licht op het duister, van het leven op de dood. Ze zagen die overwinning trouwens niet als een natuurkundige vanzelfsprekendheid, maar als de zoete vrucht van de volgehouden mensenliefde en de solidariteit tot het einde van rabbi Jezus van Nazareth. Die ‘mensen van de weg’ waren beslist geen rebellen, maar ook niet blindelings loyaal aan het gezag. De eretitel ‘Heer’ die de keizer exclusief voor zichzelf opeiste, alsof hij een god was, konden ze hem niet langer geven; die titel kwam alleen Jezus toe. En met die naam begroetten ze elkaar ook op de Paasmorgen: “De Heer is waarlijk opgestaan!”

In de schemering van de voorafgaande avond waren ze samengekomen, die hele nacht hadden ze niet geslapen en ook niet gegeten, maar gelezen uit het heilige Boek, gepraat, gezongen en gebeden. Het was vooral een bijzondere nacht voor de mensen die voor het eerst aanwezig waren, pasgeboren kinderen en volwassen mensen die wilden toetreden tot de groep. In die nacht werden zij gedoopt, kopje ondergedompeld in het water en eruit naar boven gehaald als herboren, als nieuwe mensen.

Ook al droeg de groep van christenen in die tijd -noodgedwongen- de trekken van een geheim genootschap, toch waren er natuurlijk wel mensen die hen zagen gaan in de richting van de catacomben. Ze zagen ook de kleine kinderen die meegedragen werden en die op die avond en in de volgende nacht niet terug kwamen. Ze zouden toch niet ….??

Hier moet ik mijn verhaal even onderbreken om de moderne lezer iets duidelijk te maken. Dit verhaal speelt in een primitieve tijd, waarin mensen altijd bereid waren het slechtste en ergste van een ander mens te denken, vooral als ze die ander helemaal niet kenden. Zoiets komt in onze verlichte en tolerante tijd gelukkig niet meer voor, toch?

Ze zouden die kinderen toch niet iets aan doen? Al gauw ging het gerucht dat daar diep in die catacomben iets gruwelijks plaats vond, een barbaars ritueel, waarbij kleine kinderen opgegeten werden. Van ‘het zou toch niet’ werd het ‘het zou wel eens kunnen’ en ‘volgens mij is het zo’ tot ‘ik weet het zeker, want een vriend van een kennis van een nicht van mijn oma heeft het zelf gezien’. Dit soort gruwelverhalen en beschuldigingen kwam de machthebbers dan weer goed uit, als zij een zondebok nodig hadden.

Het is een verhaal van lang geleden; het is met allerlei veranderingen ten diepste ook een verhaal van nu. Wat ook nog steeds geldt, is dat het wonder van het leven gevierd wordt, door een weer klein geworden groep “mensen van de Weg”, nu wel in een eigen kerkgebouw. Straks weer met Pasen en elke zondag.

Frans Weeda

Over Simson en zo

Het is woensdagochtend, voor mijn doen nog erg vroeg als ik op de fiets stap. Het is stralend weer en ook mijn humeur is tamelijk zonnig, zeker als je bedenkt dat ik naar de tandarts moet. Maar wat is dat? De beide grote deuren van de kerk zijn uit hun scharnieren getild en liggen op de grond. Ik stap op de drie mannen af die daar kennelijk verantwoordelijk voor zijn en vraag: “He, is Simson langs geweest?” Simson, moet u weten, is een kleerkast uit het Oude Testament, van wie ondermeer verteld wordt dat hij na een nacht met zijn liefje in Gaza, ’s morgens vroeg ontdekte dat hij in die stad opgesloten zat. Daarom tilde hij simpelweg beide deuren van de stadspoort uit hun hengsels en droeg ze naar de top van het dichtstbijzijnde duin. (Als het al geen beroepsafwijking van me is om gewone gebeurtenissen direct te verbinden met Bijbelverhalen, dan is de behoefte om dat aan anderen te vertellen het zeker!)

Het antwoord van Anne is snel, precies en dodelijk: “Nee, Simson is nog bij Delila. Maar wij dachten dat het niet verkeerd was de kerk een beetje toegankelijker te maken”. Moraal van het verhaal: Daag geen Vlielanders uit, zeker niet als je nog niet helemaal uitgeslapen bent.

Frans Weeda

Dat kan alleen op Vlieland

Als de muren van de kerk konden spreken, zouden we heel wat boeiende verhalen rijker zijn. Maar omdat ze niet kunnen (of, wie weet, er te verlegen of te verstandig voor zijn), wil ik u graag over een aantal evenementen vertellen die zich binnen die muren afspeelden in net iets meer dan een week.

Op zondag was er een protestantse kerkdienst. De grote muziekvereniging ‘Soli Deo Gloria’ uit Ommen was aanwezig en mede daardoor was de kerk bijna helemaal vol. Het orkest speelde een aantal melodieën uit de Opwekkingsbundel en dat zette letterlijk de toon voor de dienst. Op maandag kwam de kleine rooms-katholieke gemeenschap van ons eiland in de kerk samen met pastor Nellie Sluis voor een viering in de traditie van die kerkgemeenschap. Op dinsdag nam de Vlielander gemeenschap in grote getale afscheid van Marie Houter. Aan de samenkomst in de kerk werd vorm gegeven door de familie, die in woord en muziek liefdevolle herinneringen opriep om moeder daarmee een goede reis te wensen. Op woensdag kwamen precies twaalf mensen samen rond vader Jewsewy, een priester uit het kleine Russisch-orthodoxe klooster in Hemelum. Samen vierden we een korte gebedsdienst in de orthodoxe traditie, ter eer van de heilige Nicolaas die al sinds eeuwen de schutspatroon van ons eiland en onze kerk is. Aan het eind van die samenkomst schonk de priester ons een Servische icoon van de heilige Nicolaas, omdat hij die node gemist had in dit prachtige gebouw. Op donderdag zat een kring van 15 mensen rond mevrouw Rijsenbilt die een oefening leidde in meditatie volgens de regels van het Zen-Boeddhisme. Er was trouwens een opvallende overeenkomst tussen  de priester en de boeddhistische oefenaar: Beiden riepen ons op andere mensen met respect tegemoet te treden en dat respect te betonen door “te buigen voor het beeld van het goddelijke in die ander”.

In de kerkdienst van de zondag waarmee de volgende week begon, was de voorganger ds Klaas Hendrikse, die misschien een beetje tegen wil en dank een boegbeeld is geworden van de vrijzinnige stroming binnen protestants Nederland.

De Vlielandse kerk toonde zich in deze week werkelijk een huis voor alle mensen die zoeken naar het geheim achter of boven of in ons bestaan en voor allen die geloven dat ze daar soms een glimp van zien.

Frans Weeda

Contact Kerk

0562-850518 ds F.H. Weeda fhweeda@home.nl
0562-451573 dhr H. van Keulen scriba@protestantsegemeentevlieland.nl